Rond de jaarwisseling las ik een uitstekend boekje van journalist Renzo Verwer over Bobby Fischer. De grootste rariteiten uit het leven van de Amerikaanse schaker worden erin besproken.
De geniale gek is nu bijna een jaar dood, maar lezen over de krankzinnige schaakmatch tegen Spassky, die hem in 1972 de wereldtitel bezorgde, is ook bijna veertig jaar later nog zeer vermakelijk.
Briljante sporters met eigenaardig gedrag buiten hun sport, of liever nog: ook tijdens de sport, zijn een zeer populaire bron van vermaak. Het gaat daarbij vermoedelijk om hetzelfde soort pret dat mensen beleven aan het lezen over de echtscheidingen van filmsterren. 'Geen groter vermaak dan leedvermaak, zei wijlen mijn grootmoeder altijd al.
Hoe extremer de eigenaardigheden van de sporter als mens, hoe groter de toejuichingen in het stadion, is wel eens mijn indruk. Als voetballiefhebber kun je moeilijk onberoerd zijn gebleven bij de verrichtingen van Diego Armando Maradona op het voetbalveld. Zijn gedrag als verslaafde psychopaat na zijn spelersloopbaan zou zijn populariteit naar verwachting weinig goed hebben gedaan. Maar wat gebeurt: zonder enige verdienste als trainer wordt hij gebombardeerd tot bondscoach van Argentinië, en wereldwijd blijken voetbalfans dat geweldig te vinden.
Fischer leed vermoedelijk aan een ernstige vorm van paranoïde schizofrenie, maar omdat veel van zijn waandenkbeelden over Russen gingen, in een tijd dat de Koude Oorlog nog niet was uitgewoed, vonden de Amerikanen hem een held in plaats van een verwarde man, die dringend behandeling nodig had. Zelfs toen hij zich tegen de Joden en zijn eigen volk keerde, bleef men hem serieus nemen.
Het is zeer de vraag of Maradona als trainer zal slagen. Hij zou niet de eerste ex-sterspeler zijn die flopt als coach, en het risico is bij 'Pluisje' bepaald bovengemiddeld.
Stel je toch voor dat Paul Gascoigne ook nog eens afkickt en vervolgens tot bondscoach van Engeland wordt benoemd. Vinden de echte supporters vast ook leuk!
Zelf moet ik nog steeds wennen aan het nieuws dat Winston Bogarde en Patrick Kluivert een serieuze loopbaan als trainer ambiëren. Niet omdat ze als speler geen kwaliteiten hadden, integendeel. Maar om nu te zeggen dat hun leefwijze een inspirerend voorbeeld voor jonge profs gaat zijn...
Met het overlijden van Bobby Fischer is geen groot schaaktrainer verloren gegaan, toch? Wel een kleurrijke sporter, met vele talenten en evenveel tekortkomingen. Daar smullen we van!